Veelgestelde kamerplantenvragen

We krijgen dikwijls te horen dat iemand groene vingers heeft als ze mooie, gezonde planten heeft, en als die planten een lang leven beschoren zijn. Hoe wordt u ook een expert in het verzorgen van planten? Hoe zorgt u ervoor dat uw planten niet alleen maar overleven, maar ook echt leven? Eigenlijk is het helemaal niet zo moeilijk! Lees gewoon onze antwoorden op veelgestelde vragen hieronder, dan maakt u direct uw eerste sprong richting plantengoeroe. Klik of tik op een vraag om het antwoord te aanschouwen.

Wanneer moet ik water geven, en hoeveel water moet ik geven?

Planten zijn levende wezens en hebben dus ook dorst. Als algemene tip bevelen we ten stelligste aan om uw planten liever een beetje te weinig dan een beetje te veel water te geven, het is voor een plant namelijk veel gemakkelijker om te herstellen van (lichte) uitdroging dan van (lichte) oververzadiging. Beide gevallen zijn echter onwenselijk, dus lees zeker voort om te weten hoe u uw plant optimaal water geeft.

Wanneer een bepaalde plant iets wil drinken hangt eigenlijk af van eindeloos veel factoren. Eén van de belangrijkste factoren is natuurlijk de soort: sommige planten drinken zeer veel, andere staan dan weer graag kurkdroog. Aan de hand hiervan kunt u in grote lijnen al uitmaken welke planten u meer of minder water moet geven. We hebben de planten in onze webshop onderverdeeld in categorieën naargelang hoeveel water ze nodig hebben:

  • De planten in de categorie ‘Veel water geven’ staan liefst constant vochtig en mogen niet te lang uitdrogen. Let echter goed op dat u ze niet té veel water geeft: hoewel ze veel drinken, willen ze (op een uitzondering na) niet kletsnat staan. Vochtige grond is gezond, maar natte grond is schadelijk. Het verschil tussen ‘vochtige’ en ‘natte’ grond is dat natte grond volledig vol water zit, terwijl er bij vochtige grond nog steeds lucht, en dus zuurstof, aan de wortels kan. Als u merkt dat het water op de grond blijft staan, zit de grond vol water. Probeer in dat geval zo snel mogelijk het overtollig water uit de grond weg te krijgen!
  • De planten in de categorie ‘Gematigd water geven’ drinken graag een stevige slok water, om dan eventjes (niet te lang) uit te drogen. Ze moeten dus niet zo frequent, of zeker niet te veel, bewaterd worden, en staan dus ook zeker niet graag constant vochtig.
  • De planten in de categorie ‘Weinig water gevendrogen graag grondig uit vooraleer ze weer water nodig hebben. De meeste planten in deze categorie zijn vetplanten ofte succulenten, die een reservevoorraad water opslaan in hun bladeren en stengels, waardoor ze lang tegen uitdroging kunnen. Meer zelfs, ze staan liefst lang (weken, sommige zelfs maanden) droog en worden dus ook graag al eens vergeten bij het water geven. Laat deze planten zeker nooit te lang vochtig staan, dit is zeer schadelijk voor de plant en kan op zelfs op korte termijn nefast zijn.

Om te weten wanneer uw planten precies water nodig hebben, moet u echter nog met heel wat andere zaken rekening houden, zoals:

  • hoe groot of hoe oud de plant is (een grote plant drinkt meer);
  • hoe groot de pot is (een grote pot houdt meer water bij);
  • van welk materiaal de pot is gemaakt (een stenen pot droogt opmerkelijk rapper uit);
  • in welke soort grond de plant zit (algemene potgrond voor kamerplanten kan langer vochtig blijven dan potgrond voor cactussen);
  • hoe warm de plant staat (hoe warmer, hoe rapper de grond opdroogt);
  • hoe vochtig de lucht is (hoe vochtiger, hoe langer de grond kan vochtig blijven);
  • hoeveel licht de plant krijgt (hoe meer licht, hoe meer de plant aan fotosynthese kan doen en hoe meer drinken ze benodigt);
  • of de plant in bloei staat (bloeiende planten drinken meer);
  • welk seizoen het is (in de winter groeien planten minder snel en hebben ze minder water nodig);

Aan de hand van al deze factoren en proefondervindelijk kunt u een manier bepalen om uw planten volgens een bepaald tijdsschema (om de paar dagen, om de week, om de twee weken, om de drie maand, …) de juiste hoeveelheid water te geven, als u graag een vaste plantenverzorgingsdag hebt.

Er is echter nog een ander interessant gegeven: eigenlijk is het beter om uw planten ’s ochtends (of ’s middags) water te geven dan ’s avonds. Net als wij dommelen planten in als het donker wordt, en net als wij drinken ze niet als ze slapen. Daarbij komt dat ongeveer twee derde van alle planten ter wereld overdag ‘ademen’ door piepkleine openingen (zgn. stomata) in hun bladeren te openen, waarbij ze koolstofdioxide opnemen en omzetten in zuurstof. Bij dit ademen gaat er echter veel water verloren. Door een plant ’s ochtends iets te drinken te geven worden de nadelen van hun ademhaling dus net iets beter verholpen.

Voor de volledigheid: het overgebleven derde bestaat uit de zgn. CAM-planten (CAM staat voor Crassulacean Acid Metabolism ofte vetplantzuurmetabolisme, maar lang niet alle CAM-planten zijn vetplanten). Deze planten houden overdag simpelweg hun adem in om zo weinig mogelijk water te verliezen, en beginnen pas aan het opnemen en omzetten van koolstofdioxide naar zuurstof als het donker wordt.

Welk water moet ik geven? Kan ik kraantjeswater, regenwater of putwater gebruiken? Mag ik alle planten hetzelfde soort water geven?

Planten krijgen in het algemeen liefst regenwater of putwater. In kraantjeswater zitten er namelijk veel mineralen die voor ons gezond zijn, maar die door planten slechts in veel kleinere hoeveelheden kunnen opgenomen worden. Daarnaast zitten er ook kleine hoeveelheden chemische stoffen in die gebruikt worden om het water te ontsmetten, die voor ons in die hoeveelheden ongevaarlijk zijn, maar voor sommige planten in dezelfde hoeveelheden een groter probleem vormen. Zo wordt chloor door planten gebruikt als sporenelement, maar in te grote hoeveelheden kan het bij bepaalde soorten al snel tot verbrande bladeren leiden.

U kunt de meeste planten gelukkig zonder veel problemen water geven recht uit de kraan. Het is pas als u merkt dat uw planten er last van ondervinden, dat u, althans voor die planten, best overschakelt op regen- of putwater. Een andere optie is gedestilleerd of gedemineraliseerd water, dat dikwijls als strijkwater wordt gebruikt.

Laat water eerst (ongeveer) op kamertemperatuur komen vooraleer u het aan uw planten geeft. Als het water te koud is kan dit bij veel kamerplanten, die uit tropische of subtropische gebieden afkomstig zijn, de wortels beschadigen. Een bijkomend voordeel van dit te doen is dat het de tijd geeft aan bijvoorbeeld chloor om uit het water te ontsnappen, waardoor het onmogelijk nog schade kan berokkenen aan uw planten.

Bepaalde planten met relatief zwakke wortelstelsels mogen geen kraantjeswater krijgen. Hieronder vallen voornamelijk enkele soorten/geslachten vleesetende planten zoals zonnedauw (Drosera) (en enkele andere soorten zoals de venusvliegenvanger (Dionaea) en trompetbekerplant (Sarracenia), maar dat zijn eigenlijk geen echte binnenplanten). Andere soorten vleesetende planten, zoals vetblad (Pinguicula) en Nepenthes, zijn allesdrinkers - zolang ‘alles’ maar water is, natuurlijk. Als u toevallig zonder regenwater, putwater, gedemineraliseerd water, enz. zit, kan het geen kwaad om eens een aantal keren gewoon kraantjeswater te geven, maar probeer te vermijden dat dit regelmatig gebeurt.

Hoe moet ik water geven? Kan ik de pot in een schaal zetten en alleen water in de schaal gieten?

Ook de manier waarop planten water willen krijgen is afhankelijk van soort tot soort, maar in het algemeen is het geen goed idee om planten enkel maar water te geven door ze uit een schaaltje te laten drinken. Dit werkt namelijk anders dan u zou verwachten: het is niet de plant die water uit de schaal opzuigt, maar de grond. Elk grondmengsel heeft een bepaalde capillariteit, dit is het vermogen om water omhoog te stuwen, tegen de zwaartekracht in. (1) Deze capillariteit is per grondmengsel altijd hetzelfde, of de pot nu breed of smal, lang of kort, rond of vierkantig is. De capillariteit bepaalt op haar beurt de grootte van de zogenaamde capillaire zone, dit is het onderste deel van gevulde pot, waar het grondmengsel altijd verzadigd, dus vol water, is (tenzij de grond echt compleet uitgedroogd is). In deze capillaire zone is er geen lucht, en dus ook geen zuurstof, aanwezig. De meeste planten kunnen in deze zone geen gezonde wortels uitsturen. Boven de capillaire zone bevindt zich de funiculaire zone, waar de grond nog wat water kan omhoog stuwen, maar niet meer zoveel als in de capillaire zone. Hierdoor kan er wel lucht en dus ook zuurstof tussen. Dit is de optimale zone voor het wortelstelsel van een plant: de wortels krijgen vocht om op te nemen, en krijgen zuurstof om niet te verstikken.

Als we bijvoorbeeld stellen dat de capillaire zone van gewone kamerplantenpotgrond zo’n vijf centimer van de onderkant van de pot is, dan betekent dit dat de onderste 5cm van een pot gevuld met gewone kamerplantenpotgrond altijd nat zal zijn. In een grote pot van 50cm is de onderste 5cm altijd nat en een deel van de grond erboven vochtig, in een klein potje van 5cm is dan weer de volledige inhoud van de pot nat. U ziet wat voor problemen het kan opleveren als u een plant in een grote pot enkel laat drinken uit een schaaltje: de grond slorpt het water op, maar het water geraakt niet noodzakelijk genoeg tot bovenaan in de pot, waar zich meestal een groot deel van de wortels bevinden. De grond kan het water niet noodzakelijk helemaal tot boven stuwen, waardoor het bovenste gedeelte van de pot te droog kan zijn.

Het is dus best dat u uw planten gewoon watergeeft door water op de grond te gieten, en (als u meer water hebt gegeven dan de grond kan opslorpen) het overtollig water weer weg te gieten.

Sommige planten, zoals de klassieke Phalaenopsisorchideeën, geeft u best water door hun wortels nat te maken en vervolgens al het water in de pot uit te gieten - hun wortels mogen namelijk niet nat blijven staan.

(1) Hierbij stippen we trouwens even aan dat men dit concept in de (voornamelijk Engelstalige) online plantengemeenschap verkeerdelijk bestempelt als de ‘verhoogde watertafel’ ofte ‘perched water table’, maar dat is een ander (weliswaar verwant) concept uit de hydrologie. Weet dus dat ze eigenlijk de capillariteit en de capillaire zone bedoelen.

Ik heb mijn plant te weinig water gegeven, wat moet ik doen?

Als de plant er alleen maar een beetje slap uitziet maar nog niet verdroogd is, kan ze meestal wel nog gered worden. Geef de plant gewoon water zoals altijd, geef zeker nooit een ‘dubbele lading’ om de achterstand in te halen, hierdoor zou de grond kletsnat staan, waardoor de plant verdrinkt. Knip de verdroogde bladeren, stengels, takken of bloemen er gerust af.

Ik heb mijn plant te veel water gegeven, wat moet ik doen?

Als u dit snel opmerkt en de plant nog geen tekenen van schade vertoont (fletse stengels, rottende wortels, vergelende bladeren, …), is het normaal gezien nog niet te laat. Probeer zo snel mogelijk zo veel mogelijk van het overtollig water uit de grond te krijgen, en laat de grond eerst wat uitdrogen vooraleer de volgende keer water te geven.

Hoeveel licht moeten mijn planten krijgen?

Verschillende plantensoorten hebben verschillende lichtvereisten. Veel kamerplanten worden speciaal als kamerplant gehouden omdat ze tegen iets minder licht kunnen, maar er zijn ook tal van soorten die graag intens, rechtstreeks zonlicht opdoen, terwijl andere soorten dan weer liever wat donkerder staan. In onze webshop hebben we de planten onderverdeeld in categorieën naargelang hoeveel of hoe weinig licht ze kunnen verdragen. Neem dus gerust een kijkje om te weten te komen met welke planten u uw donkere gang kunt opfleuren, en welke planten er van het leven zouden genieten in uw zuidgerichte veranda.

  • De planten in de categorie ‘Fel licht’ hebben liefst zo veel mogelijk intens zonlicht. Voor sommige soorten betekent dit ook dat ze buiten mogen overzomeren. Zorg er wel voor dat u een kamerplant niet onmiddellijk van binnen naar buiten verplaatst, want de intensiteit van het zonlicht is buiten vele malen sterker dan binnen, zelfs op bewolkte dagen, waardoor de plant zou kunnen verbranden. Laat de plant eerst wat acclimatiseren, t.t.z. wennen aan de omstandigheden buiten door ze eerst enkele dagen op een beschutte locatie te zetten.
  • De planten in de categorie ‘Gematigd licht’ hebben liefst zo veel mogelijk licht, zolang er maar geen felle zonnestralen rechtstreeks op hun bladeren vallen. Zelfs een dun, doorzichtig gordijntje is al voldoende om de felle zon te filteren.
  • De planten in de categorie ‘Weinig licht’ kunnen goed tegen de donkerdere plaatsen in uw woonst. Hou er echter rekening mee dat de meeste planten in deze categorie toch nog steeds liefst net iets meer licht krijgen, en ze dus niet zo graag in echt donkere omstandigheden vertoeven.
Wat ís nu eigenlijk veel of weinig licht?

Wat voor de ene persoon een heldere living is, is voor de ander dan weer een donker hol. We moeten dus verduidelijken wat wij, en eigenlijk wat planten, verstaan onder ‘veel’ of ‘weinig’ licht. De intensiteit van licht is een eigenschap die gemakkelijk kan gemeten worden met behulp van een lichtmeter en wordt uitgedrukt in lux (= lumen/m²). Een lichtmeter behoort helaas niet tot het standaardgereedschap van het gemiddeld huishouden, dus moeten we uiteindelijk toch ook terugvallen op beschrijvingen.

Laat ons echter beginnen met te verduidelijken dat het zonlicht buiten vele malen sterker is dan binnen. Glas is immers een sterke filter. Ter vergelijking:

  • Buiten is er (in rechtstreeks zonlicht) tussen de 35.000 en de 130.000 lux. Dit noemen we buitenlicht. Wanneer de zon verdwijnt achter de wolken daalt de lichtsterkte buiten drastisch tot amper 1.000 à 5.000 lux!
  • Vlak achter glas op een vensterbank gericht op het zuiden valt dit al terug tot tussen de 15.000 en de 50.000 lux - het licht is er dus nog niet half zo sterk als buiten, net aan de andere kant van het glas! Dit noemen we fel, veel, of intens licht.
  • Nog geen meter van het glas valt de lichtsterkte verder terug tot tussen de 2.500 en de 15.000 lux - dit is ± een tiende van het zonlicht buiten. Dit noemen we gematigd licht.
  • Nog een beetje verder weg van het glas, of ongeveer op dezelfde afstand bij een noordgerichte venster, is de lichtintensiteit nog verder verzwakt tot amper 500 à 2.500 lux. Dit noemen we weinig licht.
  • Nóg verder van het glas, waar er minder dan 500 lux is, is het bijna de moeite niet meer waard. Er zijn maar weinig planten die in zo’n donkere omgeving kunnen overleven, en geen enkele plant die onder die omstandigheden kan overleven leeft zo gezond. Dit noemen we geen licht. Merk op dat het hier pas voor ons mensen ‘donker’ aanvoelt en we moeite krijgen om bv. iets te kunnen lezen zonder een lamp aan te zetten.

U ziet: wat voor ons een heldere kamer is, komt voor planten al neer op een bewolkte dag buiten. Als het buiten daadwerkelijk bewolkt is, is de lichtsituatie binnen dus eigenlijk dramatisch, maar gelukkig is het niet alle dagen overtrokken.

Het komt er dus kortweg op neer om de juiste plant op de juiste plaats in huis te zetten.

Waar is het het lichtst in huis?

Bij een venster gericht op het zuiden komt het meest licht binnen, inclusief felle zonnestralen. Een venster op het westen ontvangt enkel rechtstreeks licht in de namiddag, maar dit is wel zeer intens licht dat bovendien veel hitte en droogte met zich meebrengt. Een oostelijk gericht venster krijgt enkel in de voormiddag rechtstreekse zon, en dit licht is ook minder intens dan op het zuiden of westen. Een noordgericht venster ontvangt geen rechtstreekse zonnestralen en brengt dus het minst licht in huis.

Hoe kan ik mijn planten meer/optimaal licht geven?

Zet planten met een voorliefde voor fel licht bij een venster gericht op het zuiden of westen, en planten met een voorkeur voor gematigd licht bij een venster op het oosten of noorden. Planten met een voorkeur voor weinig licht mogen bij een venster op het noorden of noordoosten staan, maar mogen ook wat verder van een lichtbron verwijderd zijn.

Hebt u niet genoeg vensters om al uw planten te herbergen? Overweeg dan een kweeklamp! Hiermee kunt u uw planten altijd de ideale hoeveelheid licht geven, ongeacht waar ze in huis staan.

 

Wanneer moet ik voeding geven, en hoeveel voeding moet ik geven?

Planten hebben naast water en licht, waarmee ze overleven, ook extra voedingsstoffen nodig, waardoor ze écht gezond kunnen leven. Het is vergelijkbaar met hoe wij mensen pas gezond kunnen leven met voldoende vitaminen - zonder vitaminen kunnen dan wel we zeer lang overleven, maar gezond zullen we dan in geen geval zijn.

In de natuur bevinden deze plantenvoedingsstoffen zich in de grond (en een klein beetje in de lucht), waar er een rijk ecosysteem zit dat voor die voedingsstoffen zorgt. Een kamerplant zit natuurlijk gewoon in een pot, en moet dus op een andere manier aan voeding geraken. In alle potgrondmengsels voor kamerplanten zitten er al voedingsstoffen, die pas na enkele maanden uitgeput zijn. Wanneer die voeding echter op is moeten we de plant zelf aan extra voeding helpen. Hiervoor gebruiken we meststoffen ofte vetten. Er bestaan zowel vloeibare meststoffen, die sterk verdund in water moeten gegeven worden en die de plant direct voeden maar dan ook frequent moeten toegediend worden, als vaste meststoffen in de vorm van korrels of staafjes, die als ze in de grond zitten hun voeding beetje bij beetje over een bepaalde tijd lossen en zo maar om de zoveel tijd moeten toegediend worden. Bij alle meststoffen is het zeer belangrijk van de regels op de verpakking te volgen: geef nooit langdurig te veel meststof aan een plant, want dit kan schadelijke gevolgen hebben. In meststoffen zitten er namelijk veel zouten, die de wortels van een plant kunnen aantasten als ze te talrijk aanwezig zijn. Bovendien kan een teveel aan bepaalde voedingsstoffen ook tot andere ongewenste effecten leiden, zoals misvormde of verkleurde bladeren. Een teveel aan een bepaalde voedingsstof kan zo soms hetzelfde effect hebben als een tekort eraan.

Hoe werken meststoffen eigenlijk?

De standaardformule van meststof is zeer simpel, ze bestaat uit drie belangrijke elementen, de drie belangrijkste elementen voor de ontwikkeling van een plant: stikstof, fosfor en kalium, ofte N-P-K. Deze drie chemische elementen, die ook macronutriënten worden genoemd, geven de plant elk op hun eigen manier extra kracht:

  • Stikstof (N) zorgt ervoor dat de plant goed kan groeien, met veel bladgroen.
  • Fosfor (P) zorgt voor een stevig wortelstelsel en voor een betere bloei.
  • Kalium (K) zorgt net als fosfor voor een goede ontwikkeling van het wortelstelsel en van de stengels/stam.

Aan de hand van deze informatie kunt u al raden welke stoffen er belangrijker zijn voor welke planten. Frequente bloeiers genieten van een hogere dosis fosfor, terwijl niet-bloeiende planten zoals varens dan weer minder nut uit die fosfor kunnen halen.

Stikstof, fosfor en kalium zijn niet de enige elementen in meststof. Er zitten meestal ook kleinere hoeveelheden van andere macronutriënten in, zoals magnesium (Mg) en calcium (Ca), en minihoeveelheden van zogenaamde micronutriënten zoals ijzer (Fe), zink (Zn) en boor (B), die ook belangrijk zijn voor de gezondheid van uw planten. Deze sporenelementen worden maar in zeer kleine hoeveelheden door de plant opgenomen, maar zijn desondanks toch belangrijk voor een optimale groei. Vergelende of vervormde bladeren zijn dikwijls te wijten aan een tekort aan een of andere micronutriënt.

Wat voor soort meststof heeft mijn plant nodig?

Elke soort plant heeft andere voeding nodig, maar voor bijna alle kamerplanten volstaat een algemene kamerplantenmeststof. De voornaamste uitzonderingen zijn planten met gevoelige wortels - dit zijn meestal zogenaamde epifyten (planten die op andere planten groeien) zoals Phalaenopsisorchideeën of Bromelia’s en Tillandsia’s. Voor deze planten zijn er dan ook speciale meststoffen ontwikkeld, zoals specifieke orchideeënmeststof. Voor sommige andere plantensoorten, zoals palmiers of vetplanten, bestaan er ook specifieke meststoffen, zoals specifieke palmenmeststof of cactusmeststof. Deze planten kunnen echter ook met gewone kamerplantenmeststof gevoed worden, de specifieke meststof is gewoonweg nét iets beter afgestemd op de specifieke plant.

Wanneer moet ik meststof geven?

Bij de kweker krijgen planten steeds voeding voor enkele maanden. Een plant heeft dus nog niet onmiddelijk extra meststof nodig wanneer u ze meebrengt naar huis. Wacht dus liefst drie à vier maand vooraleer u de plant voeding geeft.

Daarnaast is het belangrijk dat u een plant in de winterperiode geen voeding geeft (maar natuurlijk wel nog altijd water - met enkele uitzonderingen). Door de veel kortere dagen kunnen planten veel minder licht opdoen en zullen ze dus ook veel minder rap groeien, waardoor ze veel minder voedingsstoffen uit de grond kunnen halen, en als er te veel meststof in de grond blijft zitten kunnen de zouten ervan de wortels van uw planten beschadigen.

Wanneer u een plant verpot of gewoon in nieuwe grond steekt, kan ze weer voor drie-vier maand voeding uit de nieuwe grond halen. Geef gedurende deze periode dus nog geen meststof.

Hoe zit dat met die luchtvochtigheid?

Hoewel de meeste kamerplanten speciaal worden geselecteerd omdat ze goed tegen de omstandigheden in de gemiddelde huiskamer kunnen, zijn die omstandigheden voor veel planten toch niet 100% ideaal. Eén zo’n omstandigheid is de (relatieve) luchtvochtigheid, dit is de hoeveelheid water in de lucht. In de meeste huishoudens is de gemiddelde luchtvochtigheid redelijk laag, zeker lager dan de luchtvochtigheid buitenshuis. ’s Winters kan de luchtvochtigheid in veel huizen zelfs dramatisch genoemd worden. Dit heeft verschillende oorzaken: binnenshuis is er weinig verluchting, de chauffage zorgt voor drogere lucht, enz. Niet alleen wij mensen ondervinden last van droge lucht, ook veel plantensoorten hebben liever wat meer vocht in de lucht.

Luchtvochtigheid wordt gemeten met een hygrometer. Een optimale luchtvochtigheid ligt voor mensen en voor de meeste kamerplanten (behalve cactussen en andere vetplanten, die liever iets drogere lucht hebben) tussen de 40% en de 60%. Te droge lucht is ongezond, maar ook te vochtige lucht leidt tot problemen, zowel bij planten als bij ons.

Mijn lucht is te droog, wat kan ik doen?

Als u merkt dat uw planten last ondervinden van de droge lucht - het kenmerk bij uitstek is dat de tippen en randen van de bladeren beginnen verdrogen - kunt u dit op enkele manieren oplossen:

  • Plaats een schaal met water in de buurt van of onder de getroffen planten. Het water zal verdampen en er zo voor zorgen dat de lucht daar iets vochtiger is. Vul de schaal weer bij van zodra het water op is.
    Als u de schaal onder de plant zet, vul deze dan eerst met steentjes of hydrokorrels en zet daar de plant bovenop. Dit zorgt ervoor dat de pot niet in contact komt met het water in de schaal, waardoor de grond niet te nat wordt.
  • Overweeg om de getroffen planten te verhuizen naar de badkamer, waar de luchtvochtigheid gemiddeld een stuk hoger ligt.
  • Sluit uw plant op in een doorzichtige plastieken zak - hierdoor blijft de lucht in de zak altijd 100% vochtig, en moet u ook een maand of twee-drie geen water geven, gezien het water dat uit de bladeren verdampt gewoon in de zak blijft. Deze optie is vooral nuttig als tijdelijke maatregel, bijvoorbeeld als uw planten enkel ’s winters last hebben van de droge lucht (bijvoorbeeld doordat de chauffage, de stoof of de open haard aanstaat).
  • Investeer in een luchtbevochtiger, die automatisch waternevel in de lucht verspreidt.
Kan ik mijn planten benevelen om de luchtvochtigheid te verhogen?

Hoewel het dikwijls wordt aangeraden om dit te doen, heeft dit eigenlijk niet zo veel nut. Wanneer u een plant besproeit wordt de luchtvochtigheid rond de plant inderdaad verhoogd, maar dit is maar voor een vijftal minuten - nadien is de nevel deels neergevallen en deels over de rest van de kamer verspreid. U zou dus al bijna om de vijf minuten uw planten moeten besproeien om een merkbaar effect te verkrijgen.

Daarnaast kan overmatig benevelen ervoor zorgen dat er waterdruppels op de bladeren van uw plant blijven hangen, en deze kunnen in combinatie met een klein beetje stof al voor lelijke vlekken zorgen.

Welke grond heeft mijn plant nodig?

  • Voor de meeste kamerplanten volstaat gewone kamerplantenpotgrond of huis- en tuinpotgrond. Dit grondmengsel is speciaal samengesteld om luchtig te zijn (en dus voldoende zuurstof aan de wortels van de plant te laten), en toch lang genoeg vochtig te kunnen blijven. Daarnaast zitten er al verschillende voedingsstoffen in vermengd. Zoals gezegd is dit voor de meeste kamerplanten ideaal, maar niet voor allemaal.
  • Voor cactussen en andere vetplanten is er speciale cactuspotgrond, die veel rapper kan uitdrogen en ook lichtjes andere voedingsstoffen bevat. Het is zeer belangrijk dat u cactussen en andere vetplanten géén gewone potgrond geeft, want hun wortelstelsels kunnen er niet tegen dat ze te lang vochtig staan. (*) Eigenlijk kunt u voor deze planten zelfs heel gemakkelijk volledig anorganische grondmengsels gebruiken, bijvoorbeeld pure lavasteen of hydrokorrels. Zorg er dan wel voor dat u dan af en toe wat extra voeding geeft aan de hand van meststof, want in steen of hydrokorrels zitten er geen voedingsstoffen. Vetplanten kunnen lang zonder enige voeding overleven, maar na verloop van tijd zullen ze niet meer zo goed kunnen groeien.
  • Voor palmbomen is er dan weer speciale palmpotgrond, die ergens tussenin de gewone potgrond en de cactuspotgrond zit - hij is iets losser van structuur en kan wat rapper uitdrogen dan gewone potgrond. Ook de voedingsstoffen die erin zitten zijn iets beter toegespitst op palmiers.
  • Voor zogenaamde epifyten, dit zijn planten die op andere planten (meestal bomen) groeien, met relatief gevoelige wortelstelsels, zoals Phalaenopsisorchideeën, dient u een zeer los mengsel te gebruiken dat redelijk slecht is in het bijhouden van water. Typische orchideeënpotgrond bestaat dan ook voornamelijk uit grote brokken boomschors.
  • Sommige ‘speciale’ plantensoorten mogen zelfs helemaal niet in een grondmengsel zitten - meer nog, ze hebben niet eens wortels (of correcter: ze hebben wortels die enkel bij hoge luchtvochtigheid en tegen organische oppervlakken zoals boomschors groeien, maar die bij de meeste soorten niet dienen om water op te nemen). Hieronder vallen vele soorten Bromelia’s, zoals Tillandsia’s, die uitsluitend water opnemen via hun bladeren door middel van daartoe gespecialiseerde cellen, die haren of trichomen worden genoemd.

Daarnaast kunt u deze grondmengsels nog luchtiger maken door er bijvoorbeeld perliet tussen te mengelen. Door er hydrokorrels in te mengelen zorgt u er dan weer voor dat de grond langer vochtig kan blijven - de korrels scheiden het water dat ze opnemen namelijk pas weer af als de omringende grond droger begint te worden.

(*) Om helemaal correct te zijn is het probleem eigenlijk niet zozeer dat de wortels vochtig staan, maar dat ze zeer slecht tegen de rottingsprocessen van afbrekend organisch materiaal kunnen. Hoe rapper de grond opdroogt, des te minder tijd heeft de grond om te desintegreren.

Kan ik aarde van buiten gebruiken?

Nee, zeker niet. We zeggen dit niet alleen maar om u meer zakken potgrond te kunnen verkopen, maar ook omdat aarde buiten een totaal andere samenstelling heeft dan potgrondmengsels. Potgrond moet namelijk in een verhoudingsgewijs piepklein potje nabootsen waar er in de natuur bij wijze van spreken oneindig veel ruimte voor is. Bovendien is de samenstelling van de grond in de gebieden waar de meeste kamerplanten vandaan komen ook gans anders in vergelijking met de grond bij ons - en zelfs bij ons heeft de één zeer zanderige grond, terwijl de ander niet anders dan klei heeft. Daarenboven riskeert u ongewenste beestjes in huis te brengen.

Wanneer moet ik mijn planten nieuwe potgrond geven?

Als vuistregel kunnen we zeggen dat u uw planten best om de twee jaar voorziet van verse potgrond. De reden hiervoor is dat potgrond uit organisch materiaal bestaat, en na verloop van tijd vergaat dit, waardoor het grondmengsel steeds compacter wordt en geen zuurstof meer aan de wortels laat. Bovendien zijn de voedingsstoffen in potgrond na enkele maanden uitgeput. Hiervoor is het belangrijk dat u uw planten regelmatig wat extra voeding geeft in de vorm van meststoffen. Dit moet u echter enkel maar beschouwen als een manier om het verwisselen van de grond tijdelijk uit te stellen. Een plant is veel beter gediend met om de twee jaar nieuwe potgrond te krijgen en ondertussen regelmatig een beetje meststof, dan alleen maar meststof en nooit nieuwe grond te krijgen.

Het kan zeker geen kwaad om uw planten elk jaar te herpotten, maar dit is natuurlijk dubbel zo veel werk.

Moet ik een drainagelaag gebruiken?

Nee, dit is een tuiniertip van toen de dieren nog spraken, die door de wetenschap is voorbijgestreefd. Een ‘drainagelaag’ heeft, althans in een pot met gaten vanonder, compleet het tegenovergestelde effect van hetgeen het eigenlijk beoogt. Men gebruikte zo’n ‘drainagelaag’ om ervoor te zorgen dat het water beter uit de pot zou kunnen sijpelen zodanig dat de grond niet te lang te vochtig zou staan. Het probleem is dat dit niet werkt. Dit heeft te maken met de capillaire zone van het grondmengsel, die even groot is ongeacht of de grond nu gewoon in een pot zit, dan wel op een laag stenen, potscherven of hydrokorrels rust. Als we bijvoorbeeld een pot A nemen van 25cm die (voor het gemak van dit voorbeeld) tot de rand gevuld is met een potgrondmengsel waarvan de capillaire zone 5cm hoog is, dan zijn de onderste 5cm van de pot ‘anaeroob’, t.t.z. zonder zuurstof, en kunnen de meeste planten er geen gezonde wortels uitsturen. Planten hebben in pot A dus 20cm aan gezonde grond. Als we nu eenzelfde pot B van 25cm hoogte eerst opvullen met een laag van 5cm aan stenen, potscherven, hydrokorrels, en dergelijke meer, en vervolgens de resterende 20cm van de pot opvullen met hetzelfde potgrondmengsel als in pot A, dan is de capillaire zone van het potgrondmengsel in pot B nog altijd 5cm hoog. Er zijn echter al 5cm opgebruikt door de ‘drainagelaag’, waardoor er nog maar 15cm aan gezonde grond voor de wortels overblijft!

Vergeet dus maar die ‘drainagelagen’. In het allerbeste geval werken ze niet, in het slechtste geval kunnen ze zelfs zeer nadelig zijn voor de gezondheid van uw planten.

Pff, ik heb geen goesting om mijn planten steeds weer te verpotten, is er geen andere mogelijkheid?

Ja, u kunt uw planten in een anorganisch grondmengsel planten, zoals pure lavasteen of hydrokorrels. Omdat deze grondmengsels geen organisch materiaal bevatten, kunnen ze niet afbreken en worden ze na verloop van tijd niet steeds compacter. Ze bevatten echter ook geen voedingsstoffen, dus als u deze kant opgaat moet u er goed voor zorgen dat u uw planten regelmatig voeding geeft.

Welke pot past er bij mijn plant?

In ieder potje past een plantje, maar het is belangrijk dat u niet eender welke plant in eender welke pot zet. Eerst en vooral zijn er twee belangrijke soorten potten:

  • De kweekpot: deze pot is meestal gemaakt van plastiek, en heeft vanonder gaten om het water door te laten.
  • De cachepot of sierpot: deze pot kan gemaakt zijn van plastiek, steen, riet, hout, metaal, enzovoort, en is vanonder toe.

In het algemeen kunnen we zeggen dat planten altijd in twee potten moeten zitten: eerst, met het grondmengsel, in de kweekpot, en vervolgens de kweekpot in de cachepot. Dit heeft verschillende voordelen: doordat er lucht tussen de kweekpot en de cachepot kan, kan er ook zuurstof tot aan de onderkant van de pot geraken. Ook kan het overtollig water dat uit de kweekpot vloeit zo beter ontsnappen, én kunt u er zelf beter voor zorgen dat u niet te veel water geeft: hef een paar minuten na het water geven eens de kweekpot uit de cachepot, en giet het water dat in de cachepot staat weg om te verhinderen dat het grondmengsel in de bodem van de pot te lang nat staat en begint te rotten.

In plaats van een cachepot kunt u ook een eenvoudig waterschaaltje gebruiken om het water dat uit de kweekpot sijpelt op te vangen.

U kunt ook terracotta potten gebruiken (meestal in de vorm van een kweekpot + schaaltje), deze drogen wel aanzienlijk rapper uit dan plastieken potten en zijn dus beter geschikt voor vetplanten dan voor de echte waterslurpers, tenzij frequent watergeven uw passie is.

Als u toch om eender welke reden uw plant rechtstreeks in een cachepot wilt planten zonder kweekpot, en u geen gaatjes in de onderkant van de cachepot wilt boren, houd er dan rekening mee dat het veel moeilijker is om correct water te geven. Leg ter remedie in de onderkant van de pot een laag hydrokorrels - vul er zo’n 10% à 15% van de pot mee op. Hiermee kunt u overtollig water opvangen. Houd er hier echter ook rekening mee dat dit niet volledig werkt zoals u zou verwachten: als u te veel water geeft, zal dit doorsijpelen tot in de hydrokorrels, maar de capillariteit van het grondmengsel erboven is even groot als zonder hydrokorrels, waardoor het water tot hoger in de pot wordt omhoog gestuwd, en waardoor de capillaire zone dichter bij de wortels van de plant zit als zonder hydrokorrels. In de capillaire zone kunnen de meeste planten geen gezonde wortels uitsturen, dus u kort de gezonde ruimte voor wortels eigenlijk in. We raden u dus zeker aan om planten toch eerst in een kweekpot, en dan pas in een cachepot te steken - u voorkomt er heel wat moeite en problemen mee.

Voor Phalaenopsisorchideeën bestaan er specifieke, doorzichtige kweekpotten. Deze potten zijn doorzichtig enerzijds omdat het zo veel gemakkelijker is om te controleren dat er geen water in de pot is blijven staan, en anderzijds omdat de wortels van deze (en enkele andere soorten/geslachten) orchideeën óók bladgroen bevatten, en de plant aan fotosynthese kunnen laten doen. Deze orchideeën groeien dan ook best als er licht kan vallen op hun wortels.

Kan ik verschillende planten in één pot steken?

Ja, dit kan zelfs beter zijn voor de planten dan ze apart te onderhouden (in de natuur groeien de meeste planten ook niet solitair maar in groep), én u wint er plaats mee om nog meer planten in huis te brengen. ☺

Hou goed rekening met de verschillende wortelstelsels van de verschillende planten. Vermijd bijvoorbeeld om twee planten met stevige, diepe wortels in dezelfde pot te steken, want hierdoor moeten ze met elkaar om wortelruimte concurreren. Vermijd ook om planten met totaal verschillende watervereisten in dezelfde pot te steken, want hierdoor zal de ene plant altijd te nat en de andere altijd te droog staan.

Plaats bijvoorbeeld een grote plant met dikke wortels in een pot, en gebruik dan enkele kleinere plantjes met dunne, ondiepe wortels als bodembedekkers. Deze bodembedekkers zorgen bovendien voor een licht verhoogde luchtvochtigheid, waardoor uw planten weer iets beter kunnen groeien.

Mag ik mijn kamerplanten ook buiten zetten?

Ja en nee, dit is afhankelijk van soort tot soort. Als gouden regel kunnen alle planten die in onze webshop onder de categorie ‘Fel licht’ staan probleemloos buiten overzomeren. In grote lijnen zijn dit voornamelijk cactussen en andere vetplanten (maar niet álle vetplanten kunnen tegen fel zonlicht - zet een Zamioculcas of een Haworthia bijvoorbeeld nooit in volle zon). Planten uit de categorieën ‘Gematigd licht’ en ‘Weinig licht’ zouden op een permanent overschaduwde plaats kunnen staan, maar het is veiliger om ze gewoon binnen te laten staan.

Houd er bovendien rekening mee dat uw kamerplanten buiten frequenter water nodig hebben, enerzijds omdat ze door de hogere lichtintensiteit meer en beter aan fotosynthese kunnen doen, anderzijds (vooral in de zomer) omdat de felle zon voor droogte zorgt.

Wanneer mag ik mijn kamerplanten buiten zetten?

Zet uw planten buiten als de dagtemperaturen boven de 15 °C blijven. Eigenlijk mag het ook vroeger, maar niet alle plantensoorten kunnen goed tegen de plotse schok van binnen constant rond de 20 °C te staan en dan buiten ineens 10 graden minder én grotere dag-/nachttemperatuurschommelingen te moeten verduren.

Let op: zet uw planten niet onmiddellijk in de volle zon, hierdoor zullen hun bladeren gegarandeerd verbranden. De planten hebben hun bladeren binnen aangemaakt voor de lichtomstandigheden aldaar, maar deze bladeren zijn niet opgewassen tegen de meer dan twee keer zo sterke zonnestralen buiten. U kunt dit op enkele manieren voorkomen:

  • Laat de planten eerst enkele dagen op een overschaduwde locatie (of een locatie waar ze enkel ochtendzon krijgen) buiten staan, en zet ze dan pas in het zonlicht.
  • Laat de planten een uurtje buiten staan, en breng ze dan weer naar binnen. Zet ze daags nadien twee uurtjes buiten en dan weer binnen, enz.
Wanneer moet ik mijn kamerplanten weer binnen zetten?

Haal uw planten naar binnen van zodra de dagtemperaturen voor langer dan één dag onder de 10 °C vallen. Plaats uw planten, wanneer u ze weer naar binnen haalt, eerst een tweetal weken in ‘quarantaine’, dus afgescheiden van de rest van uw kamerplanten. Dit is belangrijk om ervoor te zorgen dat u zeker geen ongewenste beestjes van buiten naar binnen haalt - denk maar aan bladluizen of spint. Het is immers veel gemakkelijker om, indien nodig, enkele planten in afzondering te behandelen om ze van beestjes te verlossen, dan ál uw binnenplanten meticuleus onder handen te moeten nemen omdat de beestjes van de ene plant naar de andere gesprongen zijn en gekweekt hebben als konijnen. Gebeurt het toch, heb dan geen vrees, voor elk beestje hebben we wel een oplossing.

Kan ik een buitenplant als kamerplant houden?

In het algemeen is het antwoord op deze vraag helaas een dikke vette neen. Zo goed als alle planten die in ons klimaat als buitenplant groeien hebben een koude rustperiode nodig in de herfst en winter, dus kunnen ze enkel op korte termijn binnengehouden worden. Er zijn enkele uitzonderingen, zoals bijvoorbeeld de vingerplant (Fatsia japonica), die even goed groeien op constante kamertemperatuur doorheen het jaar, als buiten in de vier seizoenen, maar beschouw deze planten eerder als kamerplanten die ook goed tegen weer en wind kunnen dan als buitenplanten die ook in de huiskamer gedijen.

Mag of moet ik mijn planten snoeien?

Dit hangt af van soort tot soort: sommige planten moeten regelmatig gesnoeid worden om een goede vorm te behouden, zoals de siernetel (Coleus scutellarioides), bij andere is het dan weer opletten dat u enkel snoeit wat er te snoeien valt, zo hebben bijvoorbeeld alle palmiers maar één enkel groeipunt, dus als u de plant decapiteert zal ze geen zijscheuten krijgen en onvermijdelijk afsterven. Bij de meeste grotere soorten, zoals een treurvijg (Ficus benjamina), een gatenplant (Monstera deliciosa) of een Dracaena fragrans kunt u, als de plant te groot wordt, gemakkelijk de kop afsnijden, de plant zal dan nieuwe zijscheuten krijgen of meer energie in bestaande scheuten pompen. Bovendien kunt u de afgeknipte kopstukken een dag of twee laten drogen, in water of rechtstreeks in potgrond steken, met een klein beetje geluk schieten ze wortel en hebt u uw plantencollectie meteen verdubbeld.

Let er bij het snoeien op dat u uw snoeischaar of -mes steeds ontsmet (bv. met alcohol of door er een vlam tegen te houden), zeker als u verschillende planten onder handen neemt, zo verhindert u dat u per ongeluk een ziekte van de ene plant op de andere overzet. Virale en bacteriële infecties zijn bij planten vrijwel onmogelijk te behandelen – als uw planten met een plantenvirus besmet zijn is de enige uitweg namelijk alle besmette en mogelijk besmette planten te verbranden. Op een vaccin tegen één van de talloze plantenvirussen is het nog lang wachten…

Hoe lang leeft een kamerplant?

Niet alle kamerplanten zijn gelijk geschapen. Een beperkt aantal soorten, zoals de hanekam (Celosia), is eenjarig en behandelt u dus best ook als dusdanig. De meeste kamerplanten echter blijven praktisch eeuwig leven, natuurlijk mits goede verzorging.

Er zijn ook verschillende soorten die blijven groeien tot ze uiteindelijk in bloei komen, en nadien afsterven. Hieronder vallen alle soorten bromelia’s, zoals guzmania’s, vriesea’s, tillandsia’s en zelfs ananassen, en ook bijvoorbeeld bananenplanten. Gooi deze planten echter niet weg van zodra ze uitgebloeid zijn! Hoewel ze na hun bloei afsterven, maken ze vooraleer ze het loodje leggen nog snel zogenaamde pups of kleintjes aan. Deze kleintjes worden dan op hun beurt volwassen en komen in bloei, waarna zij zelf kleintjes krijgen, enzovoort.

Misschien hebt u al eens ergens gehoord of gelezen dat kamerplanten worden verkocht met een verwachte levensduur van amper 4 tot 8 weken, en dat het advies dat de verkoper geeft er enkel op gericht is om de plant net lang genoeg te laten overleven dat u eraan gehecht geraakt en een nieuw exemplaar komt kopen. Dit is zeker en vast de handelswijze van vele snode plantenmarchands, maar bij Tuincenter Defever zijn we pas tevreden als uw planten het onderwerp van toekomstige heikele erfeniskwesties worden.

Op het internet zeggen ze zus, op het kaartje zeggen ze zo, hoe zit dat hier nu eigenlijk?

Om het even cru te zeggen: het is best dat u zowel hetgeen men online verkondigt als hetgeen op het kaartje geschreven staat met heel wat korrels zout neemt. Er wordt op het internet ontzettend veel onzin verkocht door leken die hun plantenkennis behoorlijk overschatten of u onnodige producten willen aansmeren, en ook de kaartjes die in plantenpotten zitten nemen al eens een loopje met de waarheid – soms omdat de kaartjesschrijver bij de kweker een snode plantenmarchand is, soms omdat de informatie technisch gezien wel klopt, maar enkel waar de planten in de natuur groeien en niet in binnenhuisomstandigheden, en soms ook gewoon uit vergissing. We geven enkele voorbeelden van bedrieglijke informatie die we op kaartjes hebben gespot:

  • Fittonia’s willen felle zon” → als u dit doet, verbranden ze gegarandeerd! In de natuur groeien deze planten helemaal op de bodem van het tropisch regenwoud. Zelfs als we rekening houden met de krachtigere intensiteit van het zonlicht in de tropen is fel zonlicht in onze streken nog altijd te intens voor deze planten.
  • Euphorbia lactea zit in de cactusfamilie (Cactaceae)” → hoewel de plant uiterlijk op een cactus gelijkt, zit ze in een totaal andere familie die rien-de-knots met cactussen te maken heeft, met name de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae).
  • Ficussen mogen geen felle zon krijgen” → een Ficus krijgt juist liefst zo veel mogelijk zonlicht, ze kunnen wel tegen minder licht, maar op termijn zullen ze in te donkere omstandigheden toch de geest geven.
  • Sansevieria’s [nu Draceana’s] moeten één keer per week water krijgen” → dit klopt alleen maar als u ze elke week hoogstens een paar centiliter water geeft, maar dat is natuurlijk niet wat een normaal persoon verstaat onder ‘eenmaal per week water geven’!

Een ander probleem met kaartjes is dat ze meestal niet duidelijk zijn: bedoelen ze met een icoontje van de zon dat de planten intens, rechtstreeks zonlicht willen, of alleen maar dat ze in een lichte omgeving willen staan zonder felle zonnestralen? Betekent een gieter met twee druppels dat de plant veel water nodig heeft of juist niet, en wat bedoelen ze dan juist met ‘veel’?

Vraag ons daarom altijd gerust voor ons deskundig advies.

C’est quoi ça, een ‘cultivar’?

Een cultivar, afkorting van gecultiveerde variëteit, is eigenlijk gewoon een moeilijk woord voor kweekvorm. Zoals het woord suggereert is dit een plantensoort die speciaal gekweekt is om een bepaalde vorm te hebben – vorm moet u hierbij ruim interpreteren, dit kan een specifiek kleur bloemen zijn, een bepaald patroon in de bladeren, een grotere of juist compactere groeiwijze, lekkerdere vruchten, frisser geurende bloemen, of zelfs beter tegen een stootje kunnen.

Meestal zijn deze cultivars het resultaat van complexe kruisingen van kruisingen van kruisingen tussen allerlei verschillende soorten, maar soms ontstaat een cultivar ook puur toevallig, bijvoorbeeld als men zaadjes plant en merkt dat één van de zaailingen 2x zo groot is als de rest, of bonte bladeren heeft.

Kan ik mijn planten bij u laten overwinteren?

Absoluut, wij kunnen uw kamerplanten tijdens de donkere dagen extra goed verzorgen. Na een overwintering bij Tuincenter Defever zien ze er beter uit dan ooit. Contacteer ons voor meer informatie.

 

Help, mijn plant zit in nesten, wat moet ik doen?

Hulp gevraagd bij plantenprobleem
Geef een beschrijving van het probleem met zo veel mogelijk informatie, zoals: hoe lang hebt u de plant al, wanneer hebt u het probleem opgemerkt, zijn er nog andere planten met dezelfde symptomen, lijkt het te verergeren, enz. Voeg indien mogelijk ook enkele foto's toe in bijlage, dit geeft ons (letterlijk) beter zicht op de situatie.

Cookie-instellingen aanpassen

Beste gebruikers, deze site bewaart cookies op uw computer. Het doel is om uw ervaring op onze website te verbeteren en u tegelijkertijd meer gepersonaliseerde diensten aan te bieden.

Als u meer informatie wilt over de cookies die wij gebruiken, raadpleeg dan ons Privacybeleid. Door cookies te accepteren, stemt u in met het gebruik ervan. U kunt de instellingen van de cookies ook aanpassen.

Als u weigert, worden uw gegevens niet bijgehouden wanneer u deze site bezoekt. Er wordt slechts één cookie gebruikt in uw browser om uw voorkeur dat u niet gevolgd wilt worden te onthouden.

  • Instellingen aanpassen
  • Alle cookies accepteren en verdergaan naar de site